De eerste druppels spatten op mijn schoenen
vallen koel uiteen op mijn gezicht
langs de spiegelende gevels van de skyline
die vervormen in het valse licht.

Dikke druppels scheren langs de bruggen
vloeien terug in de rivier
dieper in mijn kraag gedoken, weet ik
ik ga nooit meer weg van hier.

We groeiden op, de stad en ik
eerst wat aarzelend, haast verlegen
maar al gauw met opgestroopte mouwen
op eigen kracht uit onze as herrezen.

De laatste druppels tikken op de straten
de stad heeft nieuwe glans gekregen
ik ben thuis en op mijn huid
tintelt de Rotterdamse regen.

Gedicht: J. van Vliet
Lino: Marjon Euser