Daar zit je, roerloos in je donkere woning
de krant onleesbaar voor je uitgespreid.

Je zou al niet meer weten
wat je als laatste hebt gelezen

dat doet er ook niet toe
nu je gestold bent in de tijd.

Dagen zijn voorbij gegaan sinds je laatste adem
je slaapt al een paar nachten
in de stoel vlak bij het raam.

Maak je geen zorgen, je zoon zal je snel bellen
en als hij geen gehoor krijgt
zal hij wel alarm slaan.

Daar zit je, sprakeloos in de vertrouwde kamer
het laatste restje eten koud geworden op je bord.

Zo wacht je rustig af tot iemand je zal vinden
maar nu weet niemand nog
dat jij nooit meer wakker wordt.

Gedicht: J. van Vliet
Lino: Marjon Euser